Montag, 29. August 2011

inferentie als hoger proces.

Gezien er wordt gebruik gemaakt van talig materiaal binnen de gedane experimenten kan gesteld worden dat verbale informatieverwerking een rol speelt. Men maakt bij taalverwerking onderscheid tussen enerzijds lagere processen en anderzijds hogere processen. Lagere processen zijn fonologische verwerking, taalbegrip, verbaal geheugen en woordenschat. Deze processen worden geacht bij normalen aanwezig te zijn, al wel verschillend in niveau. Ze vergen geen specifiek bewustzijn maar kunnen hier wel tot bijdragen. Bij fonologisch bewustzijn spreekt men eigenlijk van een onbewust proces dat betrekking heeft op een weten an sich. Hogere processen zijn woordvloeiendheid, pragmatiek en synoniemen aangeven.

Het onderscheid tussen on-line en geheugengedreven processen wordt gemaakt binnen sociale cognitie. On-line staat voor de onmiddelijke verwerking in het brein, terwijl geheugengedreven processen eerder de geheugencapaciteit benutten en hierdoor meer onderhevig zijn aan leereffecten en ervaring en minder door de globale inherente ontwikkeling van het brein.

Bij het afleiden van inferenties die spontaan gebeuren wordt on-line verwerking geöpperd. Kan hieruit besloten worden dat hogere processen meer belangrijk zijn bij dit type verwerking? De vloeiendheid staat ten slotte in verband met de frontale kwab en ook pragmatiek (het zich aanpassen aan de situatie is een hoger proces), het gebruik van synoniemen lijkt hier minder relevant.

Het is echter moeilijker om effecten te vinden op on-line taken. Terwijl de hypothese wordt gesteld dat duur van aanbieden een invloed kan hebben. Een belangrijke vraag is welke rol geheugen speelt bij de transcriptie naar hogere processen uitgevoerd door de frontale kwab. Bestaat er een onbewust werkgeheugen? Ik heb het alleszins al eens als hypothese gelezen.

Een belangrijke implicatie zou zijn dat on-line verwerking in wezen ook het geheugen benut, al niet identiek met andere geheugenprocessen waarbij bewustzijn expliciet is.

Kommentare:

  1. Werkgeheugen is hoger procesmatig, net als anticipatie van aandacht, impulscontrole en zelfregulatie, flexibiliteit, initiatie, selectie en problem solving. Om dit bewust te doen dient er van snelle gedachten sprake te zijn. Bij de experimenten dient de impuls echter ook te kloppen met tegelijk de nodige flexibiliteit.

    AntwortenLöschen
  2. Een juiste impuls heeft eerder met vloeiendheid te maken, een goede integratie met intelligentie.

    AntwortenLöschen