Mittwoch, 22. Februar 2012

wat men logica noemt.

Hoewel ‘Wissenschaft der Logik’ door Hegel een behoorlijk oud werk is inspireert het me en ken ik er betrouwbare waarheid aan toe. De idee die de esoterische leer van Kant oppert, dat het verstand de ervaring niet mag overtreffen, spreekt me erg aan.

Hegel oppert dat voor geschiktheid in het openbare en private leven theoretisch inzicht schadelijk of nadelig is. Zo neemt hij als voorbeeld de theologie die een wetenschap is “tegen” gevoelens. Het eeuwige wordt herleid naar nieuwe samenhangen waarin het eerder bemerkte betracht kan worden maar hiermee een in zich zelf gekeerde geest als resultaat heeft. Er wordt vastgehouden aan (introverte) bepaaldheden.

Zo erg is het niet met de logica vergangen waar niet wordt gesteld dat wat je voor jezelf denkend leert voor je goede en slechte kanten hetzelfde is. Dit is een vooroordeel en niet in samenhang met de (uiterlijke) realiteit, aldus Hegel.

Een ander probleempunt is het negeren van algemene verandering en hierdoor van het wetenschappelijke uit te gaan. Bij het steeds negatiever wordend negatief verhoudend weten ontstaat er een positieve belangrijkheid en een inhoud die zich reflecteert in steeds nieuwe voorstellingswijzen. Een kritische instelling loont.

We bevinden ons in een periode waarin het belangrijk is dat individuen principes aanleren en behouden al is het zo dat het de hogere vordering is dat deze tot wetenschap maakt.

Logica houdt zich in wezen vooral bezig met de aard van tegenstellingen. Zonder logica kan enkel de aard van de inhoud bestaan, hetwelk zich op wetenschappelijk herkennen beweegt, hetwelk eigenlijk de betekenis uitmaakt.

Het verstand bestemt en houdt de bestemmingen vast. Het "Vernunft" is negatief en dialectisch omdat het de bestemmingen van het verstand in niets oplost. Er is sprake van een relativering van de gedachten. Maar het Vernunft is ook positief omdat het het algemene getuigt en het bijzondere daarin begrijpt. Daarnaast wordt dus ook erkend dat er een object aanwezig is. Het dialectische Vernunft "negeert het eenvoudige" en zet zo het bestemde onderscheid van het verstand en lost het evenzeer op. Er bestaat de natuurlijke neiging om een hogere vorm van ingewikkeldheid te bereiken, die dus wordt gerelativeerd. Op die manier is het dialectisch. Het resultaat hiervan blijft echter niet bij niets maar wordt hersteld tot iets algemeen dat op zich concreet is.

Dit alles bevindt zich in een geestige beweging of ontwikkeling van begrip. Enkel door deze zelfconstruerende weg kan de filosofie een objectieve gedemonstreerde wetenschap zijn. Binnen dit kader werd door Hegel bewustzijn onderzocht. Bewustzijn is volgens hem de blijkende geest die zich op zijn weg van zijn directheid en uiterlijke concreetheid bevrijdt van pure wezenlijkheden en ze in tegenstelling brengt. Het resultaat zijn pure gedachten van de zich in wezen denkende geest.

"Het denken" is het voornaamste wat dieren van mensen onderscheidt. In elke voorstelling dringt het spreken zich door en alles waar het spreken zich mee moeit verhult zich een categorie. In wezen is het logische eerder bovennatuurlijk dan natuurlijk en het is typerend aan het mens zijn. De denkbestemmingen worden hierbij in "tegengestellingsvorm" uitgedrukt. Nieuwe bevindingen vertonen het gevolg dat ze "tot algemeenheden worden" wat een overgang betekent vanuit de positie van tegenstelling. Al is het zo dat wat bekend is daarom herkend is. Er is dan sprake van een nog zoeken in het reeds bestaande.

Het begeren en willen is in wezen geen menselijk begeren en willen. Dit herkennen is een beginpunt van de tegenstelling van de betrachting. Dit betekent de aanvang van zelfherkenning. Daarom is ook het eigen maken van pure gedachten een grote stap vooruit. Dit eigen maken gebeurt door middel van de gebruiken die men hanteert.

In de jeugd is de interesse voor het echte leven nog niet aangetreden en erkent men de ware categorieën nog niet. In het leven gaat het om het gebruik van de categorieën. Ze worden vanuit de eer betracht en daarop herafgezet in het geestige bedrijven van levendige inhoud binnen het zich settelen en het uitwisselen bij het aandienen van voorstellingen.

Wanneer er geen "inhoudsvolle werkzaamheid wordt toegeschreven aan denkbestemmingen", wat ooit de natuurlijke logica genoemd is geweest, is er sprake van "bewustloosheid." Wanneer de wetenschappelijke reflectie van de verhouding als middel dient, wordt het denken enigszins tot iets dat de andere geestelijke bestemmingen ongeördend maakt. Het gevolg is dat we onze eigen ervaringen, driften en interesses niet als iets beschouwen dat ons dient maar veronderstellen dat we deze zelf zijn. Het is echter zo dat dit veelmeer tot ons bewustzijn kan komen door in dienst te staan van onze gevoelens, driften, lijdzaamheden, interesses en gewoontes alsof we ze in bezit hebben. En minder wanneer we ze in eenheid met onszelf als middel dienen. Dit mechanisme is een buffer tegen een te gemakkelijke algemeenheid en hierdoor hebben we onze vrijheid.

De gedachten in relatie met onszelf voorkomen dat we met met andere zaken meer in contact zijn. Het sluit ons af van andere zaken.

De tegenstellingen van de voorstellingen waarmee de interesse vervult is gelden als vorm. Het is echter zo dat wat voorheen aangegeven is en wat in het algemeen toegestaan wordt (wat door toeval en gevalligheid wordt bepaald) de eigendom en het mens daarin zijn uitmaakt. De situatie is inhoud.

Doch moet ook erkend worden dat dit een relatieve realiteit is en dat er van meervoudige bestemdheden sprake is op gebied van inhoud. Uiteindelijk is de diepere grondlaag van de ziel bepalend. Deze logische natuur, die de geest bezielt, en hem drijft en doet werken, om tot bewustzijn te brengen (wat uiteindelijk de opgave betekent). Het instinctmatige onderscheidt zich van het intelligente door de aanwezigheid van bewustzijn. Contact met de veranderende realiteit is hierbij onontbeerlijk.

Kommentare:

  1. Het theoretisch denken brengt identificatie teweeg omdat het gebeurt binnen een context van bewustzijn. Bewustzijn is afhankelijk van het subject wat in relatie staat met transcendentie of het in de wereld zijn. Inherent is dit de oorzaak van bewustzijn. Door transcendentie is intentionaliteit mogelijk en niet omgekeerd. Dit alles maakt dat het in de wereld zijn wordt verstoord of onvoldoende tot uiting gebracht.

    AntwortenLöschen
  2. Is this life where we are waiting for? Something is not sure, something pure. (Kolombo - Waiting For)

    Bewustzijn is inherent cultureel.

    AntwortenLöschen