Sonntag, 18. März 2012

het brain/mind onderscheid is problematisch bij groepen.

Het onderscheid tussen mind and brain is één dat vaak wordt gemaakt. Ook vaak wordt mind als iets gezien dat los staat van het brein, iets dat kan veréénzelvigd worden met de vrije wil. In wezen heeft het onderscheid bitter weinig te maken met vrije wil op zich. De mind is een extensie van het brein die emergeert als een gevolg van de vuurpatronen van neuronen. Ze staan in eerste plaats in relatie met kennis (en bewustzijn) en vooral met het leren en conditioneren. Uiteindelijk kan je stellen dat alle processen wel met mind te maken hebben omdat een brein zonder mind uiteindelijk breindood is.

Wanneer je het over het brein hebt spreek je over zaken als breinchirurgie en dergelijke. Ook scans als de f-MRI en PET zijn gebaseerd op de werking van het brein. De studie van het brein is er één van regionalisatie. Die van de mind van de resulterende eenheid. Al is het natuurlijk wel zo dat verschillende regio's verschillende gevolgen hebben op de mind.

Bij het bestuderen van groepen kan het brein/mind onderscheid niet zo eenvoudig gemaakt worden al bestaat er wel een concept dat de global brain heet. Het probleem is dat er niet een regio is in het brein dat verantwoordelijk is voor groepscognitie als zodanig. In wezen kan gesteld worden dat op niets in substantie processen emergeren die binnen een aggregatie werken.

De onderlinge relaties tussen de verschillende breinen vormen een factor die op zijn beurt nog eens in verschillende dimensies kunnen worden onderverdeeld. Gelijkheid in invloed, diversiteit van de inhoud van gedachten en onafhankelijkheid van positie zijn hierbij naar voren geschoven. Dus het is zo dat de invloed van elkaar uitbannen juist de invloed die men wenst te hebben vormt bij het maken van collectief wijze beslissingen.

Het concept "global brain" is dus problematisch gezien voor de psychologische aspecten in wezen vooral een basis gelegd wordt in de verhoudingen tussen de onderlinge subjecten en niet zo zeer in de onderliggende psychologische functies. Doch vormt onafhankelijkheid hierbij een uitzondering gezien onafhankelijkheid van positie ook een coping is en type verwerking is.

Elk criteria kan gevariëerd worden binnen een experiment, gelijkheid in invloed kan gemanipuleerd worden door bepaalde uitspraken door een expert te laten uiten, diversiteit kan gemanipuleerd worden door een grondtekst anders te verdelen over de subjecten en onafhankelijkheid kan gemeten worden door informatie niet en wel te communiceren.


1 Kommentar:

  1. Diversiteit kan ook gemanipuleerd worden door meer subjecten te nemen en te vergelijken.

    AntwortenLöschen