Montag, 28. Mai 2012

de intergerelateerdheid van veel dingen.

Vorige vrijdag hadden we Yoni Van Den Eede te gast. Een pas afgestudeerde doctor in de filosofie aan de Vrije Universiteit Brussel.

Hij zette aan met de presentatie van zijn poëzieboekje waarop meteen reactie kwam dat tegenwoordig er sprake is van een vriendenboekje bij het achtjarig zoontje (geloof ik) van professor Heylighen. Ook meteen werd de link gelegd met Facebook. De boodschap hierbij was dat de snelheid en intensiteit doorheen de tijd toeneemt en hieraan werd de hypothese gekoppeld in hoeverre liefde met technologie kan verbonden worden. Meer concreet: een McLuhanistische filosofie van technologie.

Een technologische liefde dus, wat gegrond kan worden op het 'amor fati' van Nietzsche. Amor fati wil zoveel zeggen als liefde voor het lot, het alles, een acceptatie van alles wat je overkomt. Op zich een heerlijk gevoel. Het één zijn met alles. Thema's die me eerder bezig hielden zoals "liefde is niet universeel" en "aan iets uniek gebonden" kwamen hierbij dan ook op eniger wijze dan ook aan bod.

Wanneer er een intergerelateerdheid is van veel dingen dan is de geest bevrijd en een overzienende frame over elk en deel van hun. Er is geen sprake van angst voor zo vele zaken. Met andere woorden: er is geen sprake van dissociatie maar van uniciteit. Uniekheid is dus een betere beschrijving dan universaliteit wat coherent is met mijn liefdesconcept.

De protoganist in zijn verhaal is dus Marschal McLuhan die in weze professor in Engelse literatuur is. Deze is bekend voor zijn one-liners en provocatieve stijl en methode. Zijn boeken bestaan als het ware uit paketten en ze kunnen ofwel als euforisch bekeken worden ofwel als chaotisch en obscuur. Voorbeelden van zijn one-liners zijn bijvoorbeeld: men are the sexorgans of technology; the name of a man is a blew which he never recovers; if you don't like these ideas I've got others.

Typisch aan McLuhan is dat er geen systematische theorie is, er zijn enkel clues. Er wordt gewicht gelegd aan interpretatieve geschiedenis en communicaties. Je kan hem eigenlijk als een mediatheoreticus beschouwen. Maar er zijn dus conceptuele problemen en tekortkomingen. Hij gaat niet uit van een technologisch determinisme wat alleen uitgaat van agency en effecten die alles in de maatschappij bepalen en economie en sociale factoren uitsluit. Hij heeft geen politieke visie maar is wel vrij conservatief en antropocentrisch, de mens staat dus centraal bij hem. Hij ziet het verband met technologie als in een liefdesrelatie. Om dit te vatten kan de continentale traditie in filosofie worden aangewend zoals fenomenologie en critische theorie.

Het punt waar hij op drukt is: "The medium is the message." Met andere woorden: er zit meer in de context dan we denken. Hij werkt hier naar een concept van collectief bewustzijn. Waarbij hij aangeeft dat in dit gebied misinterpretaties gemakkelijk te maken zijn. Hij geeft hierbij aan dat de media in wezen het subject uitmaken en het predicaat het object. Vorm en inhoud kunnen gelijk mee verhouden worden. De vorm kan op zijn beurt gelijkgesteld worden met artifacten en omgeving. Een tweedeling die eigenlijk niet te onderscheiden is. Effecten zijn hierbij van groot belang en vormen een "core term." Deze vormen op één of andere manier "states." Men kan niet wezenlijk spreken van instrumentalisme of essentialisme (een ding), er is eerder sprake van een inherente ambivalentie. De critische vraag die Yoni Van Den Eede hierbij stelt is dat er wel degelijk sprake is van ambivalentie en of blindheid in wezen geen betere beschrijving is van dit fenomeen. In het eerste geval zou McLuhan een element kunnen vormen voor een filosofie van technologie. Bijkomende vragen die hij hierbij stelt zijn: wat zijn de media / technologieën, wat met een technologisch agency en wat zijn de correlaten tussen de twee? Hij haalt hierbij ook Heidegger aan die aangaf dat de technologie het laatste era is van de westerse metafysica. "The final mark of our times." En hij probeert hier een oplossing voor te vinden.

Er wordt dus teruggekoppeld naar media. Dat zijn extensies van menselijke lichaamsdelen, senses, capaciteiten en functies. Dit laatste ook in de zin van capabiliteiten. "Wat is een medium, wat doet een medium?" wordt hierbij als een belangrijke vraag bekeken. Voor McLuhan zit de inhoud hiervan in films. En de inhoud is de gebruiker. Belangrijk onderscheid hierbij is de "stuff" die verlengd is en de "stuff" waar wij in verlengd zijn. "We become what we behold." Media worden dan bekeken als alles wat mensen maken. Hij maakt hier onderscheid tussen enerzijds vorm die bepaald wordt door extended media en new media en anderzijds inhoud die ons beschouwd als medium en oudere media. En wederom wordt de vraag gesteld: "what has love got to do with it?"

Hoewel Van Den Eede dit idee later relativeert stelt hij dat liefde dient te worden bekeken in een structurele betekenis eerder dan een emotionele betekenis. De "lover" wordt hierbij als het subject bekeken en kan vanuit filosofische antropologie bestudeerd worden. De "beloved" is het object en kan vanuit een substantiële ontologie bestudeerd worden. De "love" zelf is het medium en kan vanuit een relationele ontologie bestudeerd worden. Dit geheel is het structureel singulair leven. Waarop nog een historisch meervoudig niveau op aansluit. Al is het wel zo dat deze twee sterk met elkaar interreleren.

De "lover" is dus het subject wat aangeeft dat het een extensie is. Belangrijke les hierbij is dat we niet weten dat we onszelf verlengen. En we vergeten gemakkelijk dat we ook de oorzaak hiervan zijn. Dit idee is afgeleid van de "cyborg theory" van Andy Clark en "the extended mind" van Bob Logan.

Er wordt een humanistisch perspectief aangenomen. De mens is de "stuff" die verlengd wordt. Een betekenis van een betekenis is hetgeen de relatie vormt. Een idee dat ook wordt beschreven in het boek "I am a strange loop" van Douglas Hofstadter waarbij dus wordt aangegeven dat het zelf een hallucinatie van een hallucinatie is. We zijn niet en nooit bewust van ons echt zelf.

Men kan niet meer dan zich te laten medieren door liefde en het object van liefde als de grond te beschouwen.

Het probleem dezer dagen is dat technologie aan deze mediatie ontsnapt. Je zou kunnen stellen dat democratie eerder op de emotie jaloezie is gebaseerd dan liefde tout court. Iets wat meer het geval was bij de tijden van soevereine heersers. De vorm is de grond en beïnvloedt het "figuur."

Een belangrijk gegeven is dat niet zozeer de ontologie van Heidigger moet worden beklemtoond maar het ontische Dasein wat in wezen sterk antropocentrisch is. Leren is dus belangrijker dan weten. Men dient verder te gaan dan mediatie en vlucht en deze mediatie trachten te vatten. En wel op het secundaire historische niveau. Hoe ziet dit niveau eruit? Wat speelt er wanneer er vele "lovers" zijn? In dit geval ontstaan er onevenwichtigheden en een multipliciteit van extensies. Wat leidt tot machtsonevenwichtigheden en mediatie-van-mediatie. Technologie wordt door sommige dan bekeken als een poging van de elite om hun macht te bewaren. Het reproduceren van de enkelen over de velen. Een eigenschap die ook wordt toegekend aan fascistische systemen. En wat er gebeurd met het "beloved" object wordt ook als vraag opgeworpen. The theorie van "hybrid energy" wordt ook door Bruno Letour naar voren geschoven. En Kevin Kelly geeft in zijn boek "what technology wants" aan dat technologie de evolutie overneemt. Dit zijn moeilijke maar cruciale vragen die uiteindelijk neerkomen hoe de verschillende niveaus interageren. Er dient een structurele metafoor te komen (een metafoor is niet vast in betekenis). Wanneer alle dingen media zijn dan is liefde een mediale affaire op zichzelf.

Binnen de discussie gaf Weaver aan dat Plato bescheven heeft dat Eros, de God van de liefde, de zoon van noodzakelijkheid en overwinning (cunning) was en eigenlijk niet mooi was of een object van liefde. Hij was het agentschap dat naar schoonheid verlangde.

Het verband tussen esthetica en liefde dient dus samen te komen. Nu is er een grotere nadruk op estethica. Emotie kan hierbij een belangrijke rol spelen. In de design-studies krijgen deze thema's momenteel een rol.

Letour heeft het boek "devotion to religion" geschreven waarbij hij aangeeft dat de liefde voor technologie ergens een soort fout is. Al zijn er positivisten die het een weg naar democratie beschouwen en criticussen die "the few over the many" verkiezen. Men kan niet zo heel betekenisvolle "love-talk" als het herleggen van de connectie beschouwen. Zo is er bij een technologisch middel altijd iets dat ons "alumes." Wat in wezen de omgeving is. Het beeld verandert. Wat ontsnapt ons bij een medium als Facebook? Wat is het ambivalente deel? Wat is het idee achter straightforward? Het is nooit juist... Er zijn veel andere functies... De uitkomst is altijd onbekend, het kan altijd veranderen. Technologie staat nooit alleen, het is een deel van een netwerk. Systemen zijn open. Hoe kan men in dit geval tot betere omstandigheden komen, er zijn geen concrete antwoorden voor gevonden. Liefde is iets creatief. We zijn niet gefocused op artifacten maar omgeving en liefde is een manier om openheid te herdefiniëren. Liefde blijft een selectieve functie en op het structureel niveau dien je blind te zijn op het niveau van gebruik. Anders ben je niet in staat het te gebruiken. Men is bang dat er geen controlling mechanism is maar zo werkt het. Het is een flux in de geschiedenis en je weet nooit wie gaat winnen. Het einde van de filosofie is volgens Weaver hierbij niet wenselijk gezien het een liefde is en hier dus het antwoord moet worden gezocht.

A&E - Morning Parade

Moonbeam feat. Avis Vox - 7 Seconds (original mix)

Keine Kommentare:

Kommentar veröffentlichen