Montag, 25. Juni 2012

doorheen alle bewustzijn is het "Ik denk" één en hetzelfde.

Kant geeft aan dat niet de verbeelding belangrijk is bij de productie van temporele ervaring. Er zijn hierbij twee mogelijkheden: de wereld of onszelf. Uiteindelijk wordt alles gereduceerd tot het Ik. Men kan dit de identiteit van apperceptie noemen en is compleet leeg van inhoud.

De methode die Kant toepast op gebied van de genese van ervaring wordt faculteit psychologie genoemd. Er wordt gesteld dat de mind de bron is van tijd (toen nog niet analoog met wat fenomenologen expliciet als tijdelijkheid omschreven). Faculteit psychologie kan als de voorloper van de hedendaagse cognitieve wetenschap worden beschouwd. Het is het eerste computationele model om de productie van ervaring door de mind te verklaren.

De mind is hier geen tabula rasa of black box. Ervaring is de output van een ingewikkeld proces van synthese hetwelk zichzelf niet ervaart. De input komt van de faculteit van sensatie en wordt intuitie genoemd. Deze worden verwerkt tot concepten door de faculteit van begrip. Dus de data komen van de wereld en de concepten van de mind. Een interessante implicatie is dat gevoelige mensen per definitie meer intuitief zijn. Concepten zonder intuities zijn leeg en intuities zonder concepten zijn blind.

Tijd is volgens Kant een vorm van intuitie maar geen inhoud van intuïtie. Tijd is geen concept omdat het een éénvormig fenomeen is, een singulariteit. Concepten capteren alleen generaliteiten, geen singulariteiten. De intuïtievorm tijd bepaalt dat ervaringen successief zijn in de tijd.

Een belangrijk concept binnen Kant is persistentie of permanentie. Hoewel perceptie continu verandert, verandert tijd zelf niet. Tijd is alleen het kaderwerk voor perceptie of beter de verandering van ervaring. Kant zegt dat het zelf zowel beperkt is door tijd als onafhankelijk van tijd. De finitude van de mind wordt niet bepaald door de berperkingen van het overleven, waardoor de tijdsgebonden natuur van ervaring. Tijd is een a priori conditie van elke ervaring (weten is bewustzijn van verandering) zelfs wanneer het niet gethematiseerd is in de ervaring. Voor Kant is de enige onmiddelijke ervaring uiterlijke ervaring en innerlijke ervaring wordt alleen gemedieerd.

Alleen een zeer minimaal gedeelte wordt vrijwaard. Het "wat" als empirische cognitie is een innerlijk intuïtioneel subject. Tijd is hierbij alleen mogelijk door het onmiddelijk bestaan van uiterlijke objecten. Het materiële hiervan is a priori bepaald door een presuppositie (een voorwaarde voor coherentie en mogelijkheid). Hieruit wordt tijd gedetermineerd en verandering vorm gegeven. In afhankelijkheid met de omgeving.

Tijd veroorzaakt alleen cognitie als een verandering van determinaties, maar niet van het te determineren object. De inhoud is continu aan het veranderen binnen de structuur.

Bij de innerlijke intuïtie blijft niets bestaan omdat het Ik alleen het bewustzijn van het denken omvat. De eenheid of eensgezindheid van bewustzijn bewijst niet het bestaan van een permanent zelf. Er is dus, zoals gezegd geen vaste inhoud.

Tenslotte kan men stellen dat er geen Ik is zonder Het en geen Het zonder Ik. Het Ik is telkens anders. Enerzijds constituerend bewustzijn en anderzijds geconstitueerd. De eenheid kan niet van de intuïties komen omdat ze een multipliciteit zijn. Er is één enkele verwerker. Nul plus nul is nul.

Keine Kommentare:

Kommentar veröffentlichen