Samstag, 2. Januar 2016

Verwerking Ext. (D)

Vooraleer ik de karakteristieken van het te onderzoeken proces verder toelicht zal even stilgestaan worden bij enige algemeenheden inzake de verwerking. Uit de voorgaande literatuurstudie kwam naar voren dat actie een representationele activiteit vertegenwoordigd die enigszins tot een centraal model van cognitie leidt. Centraal in die zin dat dat nuancering mogelijk is door de invloed van de context op de representaties. Hierbij wordt het zelfs mogelijk geacht dat de initiële uitsluitend individuele rol zelfs kan gesupplemteerd worden door een distributieve vorm van verwerking. Dit zou dan via de integratie van interactie verlopen. Dit gezichtspunt van een centraal bewust subject, waar andere processen op geörienteerd kunnen worden bestaat al lang en is eigen aan de pragmatische benadering (James, 1912).

Door de wereld op een gepaste manier waar te nemen zal het mogelijk worden om deze meer beschikbaar te maken. Dit is een proces van facilitatie dat aangenomen wordt via onze acties te verlopen (Rowlands, 2005). Wat een functionele manier van benaderen inhoudt, hetgeen courant is binnen het wetenschappelijk beschrijven en verklaren van processen. Hoewel op deze manier niet het proces, hoe het is, wordt beschreven los van de gedragsmatige consequenties, lijkt dit de juiste keuze vanuit huidig standpunt. Dit wil niet zeggen dat er geen vooronderstellingen kunnen of mogen worden gemaakt over het structurele gedeelte van representaties en de transformaties of ook wel cognitieve processen die hierbij horen. De gehanteerde benadering is echter eerder conform met heel wat bevindingen hetgeen de zaak een stuk makkelijker lijkt te maken. Indien de rol van interne representaties is voorzien met de essentie van de situatie dan zal de onbekendheid van de exacte bewuste inhoud een beperkend doch minder relevant probleem vormen. De eigenschap om verschillende inhoud tegelijkertijd te kunnen representeren lijkt zelfs door het bestaan in de wereld en het zich op die manier aanpassen functioneel bepaald. Een precies antwoord blijft dus sowieso uit, en de werkelijke inhoud blijft veranderlijk.

Omdat hier het werkmodel wordt gehanteerd dat actie bepalend is naar de representaties toe, doen we hier geen onmiddelijke poging om na te gaan welke aard deze representaties kunnen hebben los hiervan. Indien men het belang van de wereld, als medeoorzaak van veranderend mentale inhouden wil toelichten, is het wel belangrijk een verbinding te leggen met externe gegevenheden. Idealiter zou er zelfs van een soort kaart van de waargenomen wereld sprake zijn, al is deze benadering in de exacte vorm onderhevig aan veel kritiek. Indien er zo benaderd wordt kan slechts gezocht worden naar een voorstelling van de externe wereld die partieel is, niet compleet, en ontbrekend in detail. McGinn (1989) neemt in zijn behandeling van externalisme aan dat wanneer externalisme sterk wordt geformuleerd mensen slechts de wereld rondom op een indirecte manier kunnen voorstellen. Al kan dit ook voordelen bieden voor de verwerking van verschillende soorten informatie. Een dergelijke manier van representeren maakt het immers mogelijk de inhoud beter beschikbaar te maken, om even welke functie of even welk hiermee gerelateerd mechanisme. Het gaat immers om hoe een geheelheid extensie kan krijgen zodat er geleerd kan worden van deze geheelheid.

O'Regan et al. (2000) tonen in experimenten rond change blindness en inattentive blindness aan dat we vaak grove situationele aspecten onze perceptie laten sturen. Niet de ogenschijnlijk belangrijke of opvallende elementen moeten in eerste instantie in het oog springen maar wel de algemene situatie. We percepiëren de wereld veel minder sequentieel dan wat we zouden denken. Een mogelijke uitgangspositie die naar voren kan geschoven worden is deze van situatedness. Meer specifiek betekent dit de interactie tussen agent, situatie en de context. Waarbij de agent het individu is in kwestie, de situatie de fysieke omgeving en de context de afhankelijkheid of embeddedness ten opzichte van verschillende factoren. Het onderscheid wordt gemaakt tussen contexten die globaal zijn, die socio-cultureel worden gegeven en contexten die locaal zijn en dus als kleiner worden omschreven (Clancey, 2002). Naast dit onderscheid is het belangrijker het onderscheid te maken tussen intercontext en intracontext (Semin & Smith, 2002). De eerste heeft betrekking met de sociale gedeelde realiteit waar de tweede een partiële mapping hiervan uitmaakt. Deze laatste speelt een rol bij het leerproces als zodanig en het betekenis verlenen aan specifieke situaties of taken. De intracontext wordt gevormd door concepten die constant worden gemodificeerd door interactie. Binnen dit subsymbolisch proces wordt symbol grounding belangrijk geacht, wat verantwoordelijk is voor de aanpassing aan de realiteit. Hoewel dit proces steeds wordt bijgestuurd aan de situatie veronderstelt men dat niet zo zeer proposities van belang zijn maar dat het werkelijk om contextuele kennis gaat die op zichzelf staat. Waar binnen intercontext het om het globale socialiseren gaat, gaat het bij de intracontext echter om individualisatie. Er wordt hier dus expliciet aanstalte gemaakt dat specifieke taken worden geleerd en de ontwikkeling bevorderen. Hierbinnen kunnen zowel fysieke als sociale elementen een rol spelen (Dautenhahn et al., 2002). De intracontext vormt concepten uit ervaren situaties en op basis van deze ervaringen worden door middel van abstractie situaties als gelijkaardig gecategoriseerd. Waaruit volgt dat dat de typicaliteit van een sitiuatie centraal te maken heeft met gebruik van de intracontext (Rohlfing, 2001).

Ook de enactieve benadering van de perceptie houdt in dat subjecten door middel van actie hun perceptie structureren (Noë, 2004). Hier wordt meer specifiek aangenomen dat door het sensorimotorisch aanwenden van informatie we tot impliciete praktische kennis komen (O'Regan & Noë, 2003). Hoewel enerzijds de idee van perceptie als activiteit wordt erkend, hetgeen tevens in de ecologische benadering wordt voorgesteld, ligt de essentie van dit proces dus eerder bij de actie zelf. Het gaat hem hierenboven in mindere mate om het operante principe van reinforcement. Dit betekent dat het proces van opportuniteiten of affordances, wat een sleutelbegrip is binnen de ecologische benadering, geen centraal kenmerk inhoudt. De (visuele) perceptie wordt hierbij sterk door de tast vormgegeven, wat op beurt bepaald wordt door wat we aankunnen of waar we klaar voor zijn. Als het om de inhoud van perifere of contextuele informatie gaat wordt hier ook benadrukt dat er een gebrek is aan detail. Het is inzake deze informatie dat de wereld zelf als het beste model kan bekeken worden (Brooks, 1991). O'Regan (1992) spreekt ook wel van 'het externe geheugen'. Men neemt hierbij echter aan dat we niet gericht zijn op een perceptie van een dergelijk geheel. Wat we wel doen is de wereld percepiëren in het verlengde van onze kennis omtrent onze acties. Zo maken we de wereld meer toegankelijk of available tegenover de omgeving naargelang de uitvoering van gedrag. Zelfs wanneer dit betekent dat dit geen strict gericht zijn is op opportuniteiten. Men kan in deze benadering waarneming en actie niet echt dissociëren.

Toch moeten we effectief zijn wanneer ons binnen de omgeving gaan begeven. Uiteindelijk betekent dit wel de inhoud van de waarneming. Volgens Thompson Clarke (1965) is de relatie met de omgeving niet één van deel zijn van de omgeving maar wel één van de omgeving zelf zijn. Om tot inhoud binnen deze enactieve benadering te komen moeten we dus het begrip extendedness integreren. Dit wordt gedaan door een spatiële relatie tegenover deze complexiteit in te voeren. Belangrijke begrippen hierbij zijn: de omvang, de vorm, het volume en de afstand. Deze worden door ons ervaren dankzij de bezitname van sensorimotorische vaardigheden. Schatting is hierbij een typerend onderdeel om dit mechanisme te funderen. Men spreekt hierbij ook van P-properties. Binnen de enactieve benadering worden deze eigenschappen niet als mentale entiteiten bekeken maar worden ze eerder relationeel bestempeld. Tevens wordt aangenomen dat men niet per se expliciet over deze aspecten nadenkt maar ze juist ervaart op een noninferentiële manier via het sensorimotorisch profiel. Zo wordt de wereld toegankelijk via onze geografische positie en krijgt perceptie perspectief. We maken feitelijk een spatiële inhoud eigen. Door zich te mediëren in de sensorimotorische ruimte door middel van het gedrag wordt in inhoud van de perceptie voorzien. Dit is op beurt van toepassing voor een betere ervaring. Wat een proces is van zich aanpassen langs gepaste sensorimotorische kennis en uiteraard alleen kan wanneer mensen actief interageren met hun omgeving. Aanpassing produceert hierbij een intermodaal conflict tussen het zicht enerzijds en de proprioceptie/kinestesie anderzijds. Bach-y-Rita (1996) stelt hierbij een model voor dat het Tactile Vision Substitution System (TVSS) heet. Hier wordt spatiële waarneming via tactiele sensatie voorgesteld. Door het benutten van deze informatie door middel van sensorimotorisch begrip kunnen we sensorimotorische vaardigheden als 'proto-conceptuele' vaardigheden bekijken. Er wordt door Noë (2004) aangenomen dat waaarschijnlijkheid en evaluatie hierbij een rol moeten spelen. Naast de dimensie van de feitelijke inhouden is vooral de dimensie van de perspectief inhouden relevant. Deze leggen immers de relatie met het persoonlijke perspectief inclusief de veranderlijke relatie met de wereld en hoe we de stand van zaken (kunnen) nagaan. Op zich is dit sterk met het concept bewustzijn verbandhoudend, en dit raamwerk houdt dan ook een verklaring in hoe ervaring en perceptie hieraan kunnen bijdragen.

Hoe dan ook is het zo dat het concept van extern geheugen voor problemen zorgt vanuit de enactieve benadering. Er zou een constante link moeten bestaan met de omgeving, dit is moeilijk vol te houden naar een dieper proces toe. Daarom moet dit model uitbreiding vinden met concepten die de link leggen met actieve of deductieve processen en/of geheugenprocessen die toestaan om vanuit een pragmatisch standpunt deze opgedane ervaring stabiel te mediëren.

Keine Kommentare:

Kommentar veröffentlichen